Maya in Calakmul
Misschien was Maya nog wel het meest enthousiast geweest over deze plek. Ze was er zelfs vroeg voor opgestaan. Dat kwam ook wel een beetje door de baliemedewerker van de lodge waar ze verbleef.
“Wil je om 5 uur of om 6 uur opgehaald worden?”
Haar oren klapperden ervan, ze had 6 uur geantwoord.
Ze was vroeg gaan slapen nadat ze nog een rondje over het terrein had gelopen. Hopend aapjes te kunnen spotten bij zonsondergang. Op foto’s op de website van de lodge had ze apen zien hangen in de bomen, maar ze waren nergens te bekennen. Ze dacht wel luide kikkers te horen en ze had dieren gezien die ze niet kon plaatsen (en achteraf agouti’s bleken te heten), en er liep een mini-jaguar over het terrein, wat gewoon een kat was die maar bleef miauwen.
Nu zat ze in de taxi, zichzelf een schouderklopje gevend dat het gelukt was om vroeg naar bed te gaan en, misschien nog wel belangrijker, dat ze vanochtend op tijd op de parkeerplaats had klaargestaan. Het was zelfs koel geweest in de ochtend. Een beetje koud. Dat ze dat nog hier in Mexico mocht meemaken.
“Coffee?” De chauffeur keek in de achteruitkijkspiegel.
Hij was zelf te laat geweest. De reden was dat hij een ongeluk had gehad, maar hij zag er echt prima uit, in Maya’s ogen. Als hij zich had verslapen, had ze daar ook alle begrip voor gehad. Dat had hij gewoon kunnen zeggen.
“Yes please.”
Ze stopten bij een tankstation met een winkeltje. De geur van koffie kwam haar tegemoet. Heerlijk. Ze probeerde dat te gebaren naar de verkoper, die in gebrekkig Engels antwoordde dat hij zonder koffie de dag niet kon beginnen. Gewoonlijk dronk Maya koffie met plantaardige melk, maar hier hadden ze dat niet.
Dan maar gewone koffie. Ze kon het proberen.
Haar oog viel op een schaal appels. De eerste sinds ze hier was. Verrast door de weinige groente en het weinige fruit dat ze hier tot nu toe had gezien, was ze nog nooit zo blij met een appel geweest. Ze kocht er twee.
Met dit ontbijt vertrokken ze richting de piramides van Calakmul. De chauffeur vertelde dat daar niets te koop zou zijn, dus ze was blij dat ze iets bij zich had.
De slingerende weg bleek ontzettend lang. Op een bordje las ze dat het 62 kilometer was. 62 kilometer! Dat zou nog een lange autorit worden.
En dat was het ook. Een enorme, lange, slingerende weg door de jungle. Ze kwamen niemand tegen. Het was vast nog te vroeg. Maya keek door de voorruit en zag iets op de weg bewegen. Wat was dat? De taxi minderde vaart. De chauffeur wees.
“Sí!”
Twee prachtige vogels, kleurrijk, fazantachtig, liepen gracieus over de weg en verdwenen de jungle weer in. Hij praatte in het Spaans, maar ze kon er niets van maken.
“Sí, sí,” zei ze toch maar.
Ze reden verder. Hoe verder ze de jungle in gingen, hoe meer het leek alsof ze door een groene tunnel reden. Zo ver hingen de bomen over de weg. Maya keek omhoog naar de takken, alsof ze ineens een aap zou kunnen zien hangen. Ze had ergens gelezen dat dat op deze weg kon, maar ze betwijfelde of ze überhaupt iets zou zien als ze er eentje zouden passeren, met deze snelheid waarmee ze erdoor heen scheurden.
Maya schrok op van een motor die hen inhaalde en daarna zachter ging rijden. Hij stopte, en haar chauffeur stopte ook. Voor een praatje, schijnbaar. De jongen glimlachte breed naar haar, deed zijn helm weer op en ging er voor hen vandoor.
Ze waren tenminste niet helemaal alleen in de jungle.
Eenmaal aangekomen, na misschien wel een paar uur, wees de chauffeur op zijn horloge. 11 uur. Oké, dan moest ze terug zijn. Over drie uur. Het was nu 8 uur.
“Sí, gracias.”
Ze stapte uit en ging eerst maar even naar die wc. Die hadden ze gelukkig.
Toen ze terugkwam, stond de jongen van de motor een praatje te maken met een van de bewakers.
“Hello,” zei hij tegen haar.
“Hi.”
“English?”
“Yes!” zei Maya iets te enthousiast.
“Do you know about this place, where you wanna go to?”
“Yeah, the Maya area.”
“The first site is about 20 minutes walk, that way.”
“Okay, thank you.”
“If you need a guide, let me know.”
Oh. Hij was een gids. En hij sprak Engels. Dat was de eerste die ze was tegengekomen. Ze twijfelde. Hij leek aardig, en deze plek was nogal afgelegen. Misschien kon hij haar ook precies vertellen waar ze nou eindelijk de jungledieren kon spotten.
“Okay, that would be nice.”
Hij knikte en bracht zijn motor weg.
Hij stelde zich aan haar voor en bleek Mario te heten. Samen vertrokken ze de jungle in. Maya genoot nu al. Er waren gewoon bijna geen andere mensen.
Het was gezellig met de gids. Hij vertelde haar zoveel hij kon.
“Your English is really good,” complimenteerde ze hem.
“Thanks. I worked in the US for a while as a waiter.”
De eerste mensen die ze tegenkwamen: een familie met kleine kinderen. Ze spraken Nederlands met elkaar. Maya had de gewoonte net te doen alsof ze niet Nederlands was, ze was hier niet helemaal gekomen om gezellig met landgenoten rond te hangen. Ze was wel onder de indruk, met die kleine kinderen, zonder gids, de jungle in. Sommige mensen deden gewoon en trokken zich weinig aan van opmerkingen over onveiligheid. Nou ja. Misschien was ze er zelf ook wel een klein beetje een van. Eerst zien hoe het echt is, vond ze.
“Look,” zei Mario. Hij pakte iets op, een kleine vrucht. “The monkeys eat this. Wanna try?”
“Yes!”
Hij deed hem doormidden. Maya pakte het aan en proefde voorzichtig. Een bijzonder lekkere smaak, een combinatie van sinaasappel en mango, vulde haar mond.
“Hmm.”
Ze wilde daarna heel gretig vragen naar de apen, maar zei in plaats daarvan maar dat ze van dieren hield, ze wilde hem geen druk opleggen.
“Then I will try to show you as much animals as possible.”
Joepie.
Ineens renden de kinderen voor hen uit. Ze keken naar boven.
“There they are already,” glimlachte Mario. Hij drukte een zware verrekijker in haar hand.
Maya liep dichter naar de plek waar de kinderen onder stonden. Plots hoorde ze bladeren boven zich ritselen en slingerde er een aap over haar hoofd.
Wow!
Dit was het moment waar ze zo naar had uitgekeken. Ze voelde zich als een blij kind dat eindelijk had gevonden waar het al lang naar zocht.
“Their legs and arms are so long,” zei ze tegen Mario, terwijl ze probeerde met de verrekijker omhoog te kijken.
“They are called spider monkeys.”
Ze draaide aan de knoppen van de verrekijker en richtte het op van alles en nog wat maar niet op de apen. Ze hoorde takken boven zich. Ze miste hen, juist doordat ze met dat ding bezig was. Ze liet de verrekijker zakken en zag één van de apen weer slingeren. Hij slingerde om hen heen. Zacht en schattig, en zo lenig.
Toen: een hard gekraak. Een grote tak kwam in slow motion naar beneden gevallen.
Ze sprong opzij en Mario trok haar aan haar arm mee.
“They are trying to kill us”
“What?”
“They are very territorial.”
De apen wilden helemaal niet dat ze daar waren. Zij had zo uitgekeken naar het zien van de apen, maar zij absoluut niet naar haar.
Er viel nog een tak. Ze sprong weer opzij.
“Come,” zei Mario, en hij trok haar mee.
De Nederlandse familie liep allang ontspannen door, zich van geen onveilige, kwaadaardige situatie bewust.
Lees verder met Maya’s volgende avontuur, of bekijk de kaart die uit deze reis is ontstaan.