Maya bij de Maya’s

Maya in Cancún

Toen Maya uit de bus stapte, sloeg de warmte haar direct in het gezicht. Niet een fijne vakantiewarmte, maar zo’n drukke stadswarmte die al door duizend auto’s was ingeademd en weer uitgeblazen.

Ze bleef even staan met haar rugzak tegen haar benen. Die had ze net uit de bagageruimte getrokken en hij voelde alweer veel te zwaar voor iemand die zogenaamd licht had ingepakt. Haar shirt plakte aan haar rug. Haar haar zat vast ergens tegen haar wang. Alles aan haar lijf wilde even niks, behalve eten.

Cancún dus.

Ze had geld uit een ATM gehaald op het vliegveld, ze had geen idee of ze nou vierduizend pesos of vierduizend “dollars” op zak had. Ze hoopte maar dat ze daar nog achter zou komen voordat ze per ongeluk een waterflesje van tweehonderd euro kocht.

De ADO-bus had haar vanaf het vliegveld naar het centrum gebracht. Straks zou ze verder reizen naar Valladolid, wat haar van tevoren was afgeraden in de avond. Maar zo was het nou eenmaal uitgekomen met de aansluiting. Oeps.

Ze had een uur overstaptijd. Een uur om iets te eten, uit te zoeken waar ze heen moest en misschien alvast een beetje te doen alsof ze wist wat ze aan het doen was.

Ze liep het drukke busstation vol toeristen uit en wilde de cultuur buiten opsnuiven, met haar ogen gericht op deze nieuwe stad. Ze snoof diep in.

Oh mijn god.

Ze moest hard hoesten.

Wat een benzinelucht! Auto’s raasden voorbij. De warmte, het stof en de uitlaatgassen waaiden tegen haar gezicht, zo haar neus, ogen en mond in. Dit proefde naar vergiftiging.

Ze hoorde boven al het getoeter nog iets anders: vogelgefluit. Ze keek naar een boom aan de kant van de weg die helemaal vol zat met vogels die ze nog nooit had gezien. Maar hoe beter ze luisterde, hoe harder het gefluit leek te klinken. Het was alsof de vogels tegen het verkeer in schreeuwden, alsof ze boven het lawaai wilden uitkomen. En eerlijk gezegd snapte ze het wel. Het was inderdaad intens; ze durfde nauwelijks het zebrapad over te steken.

Zag ze daar nou een McDonald’s aan de andere kant?

Hmm, haar maag begon spontaan te knorren… Nee, ze ging natuurlijk niet bij McDonald’s zitten terwijl er zoveel nieuw eten te ontdekken was. Maar het lonkte wel. Die vegetarische hamburgers met frietjes…

Nee. Ze moest de lokale bevolking steunen, vond ze. McDonald’s was nou niet de meest aarde-vriendelijke plek op aarde.

Goed. Eerst maar eens de straat oversteken. Dat was al een hele opgave, want er stopte geen enkele auto voor het zebrapad. Dit was toch een zebrapad?

Ze zette een stap en een auto toeterde meteen, waardoor ze snel haar voet terugtrok de stoep weer op.

Een Mexicaanse familie, een moeder met drie kinderen, passeerde haar en liep zo het zebrapad op.

Snel, volgen. Want die kinderen zouden de auto’s toch nooit aanrijden? Toch?

Pfoe. Eenmaal aan de overkant dwaalde haar aandacht weg van de grote gele M naar een heel klein foodtruckje aan de kant van de weg. Er stond een tafel met eten uitgestald en iemand was aan het bakken op kookplaten op een parkeerplaats. Er stonden drie kleine tafeltjes, half op de stoep, half op de parkeerplaats. De Mexicaanse familie liep er recht op af en nam plaats.

Maya stond wat te treuzelen. Zou ze er ook gaan zitten?

Een vriendelijke man kwam naar haar toe en begon te spreken in het Spaans. Oeps. Ze had het zo graag willen oefenen in de weken voor vertrek, maar dat was er niet van gekomen, dus ze lachte maar terug en wees naar de tafeltjes.

“Free?”

Hij knikte. “Sí, sí.”

Ze nam plaats en voelde zich opeens heel lang en groot, alsof ze een hele tafel innam waar naast haar een hele familie dat deed.

“Hola,” knikte ze naar de familie.

Die hoorden het niet echt, want de kinderen waren druk aan het kletsen tegen de moeder en wiebelden heen en weer op de niet zo stevige bankjes. Ze hadden ook vast trek.

De vriendelijke man bleek de kok te zijn. Hij opende een ijsbox en haalde er twee drankjes uit. Hij hield een grote Coca-Cola-fles omhoog en een klein plastic flesje dat hergebruikt leek, met citroen en zaadjes erin. Had ze dat nou goed gezien? Het leken wel chiazaadjes.

Van cola hield ze niet, al helemaal niet van zo’n grote fles. Dus dan maar dat kleine flesje. Ze hoopte maar dat ze er geen buikpijn van zou krijgen, maar het zag er eigenlijk wel lekker uit. Ze wees ernaar. Hij knikte.

Wat waren ze hier eigenlijk aan het bakken? Ze hoopte maar dat het vegetarisch zou zijn. Het rook in ieder geval heerlijk en haar maag begon weer enthousiast te rommelen. Voor een moment vergat ze de auto’s die nog steeds hard voorbij zoefden.

Het was al richting avond, maar de zon scheen nog sterk. Ze trok haar vest uit.

Een bord met twee kleine pannenkoekjes, wat waarschijnlijk taco’s moesten voorstellen, werd voor haar neergezet. De ober wees naar de tafel met toppings die ze mocht pakken. Tenminste, dat maakte ze op uit zijn manier van wijzen en gebaren.

Ze liep met haar twee taco’s naar het uitgestalde eten: tomaten, komkommer, bonen, kruiden, koriander, ei… en ook een heleboel dingen die ze niet kende. Wauw, het zag er prachtig uit en het rook zo goed.

Benzinevlaag.

Daar ging die heerlijke geur.

Getoeter achter zich.

De kok keek over zijn schouder om te zien of alles naar wens was. Ze hield haar duim omhoog.

Ze wilde net opscheppen toen de kinderen naast haar kwamen staan om hun taco’s te vullen. Ze keken haar met grote ogen aan. Ze glimlachte naar hen en ze glimlachten terug, waarbij ze enthousiast wezen naar toppings die zij waarschijnlijk zelf het lekkerst vonden.

Ze schepte alles op wat de kinderen aanwezen en wat er vegetarisch uitzag, en nam plaats in de ondergaande zon. De auto’s hoorde ze niet meer. Haar smaakpapillen waren haar dankbaar; het was heerlijk! Het gezin naast haar zat nu ook rustig te eten. De moeder van de kinderen vroeg haar iets in het Spaans. Ze antwoordde: “Yes, delicious.” Ach, zo kon je best communiceren, toch?

Lees verder met Maya’s volgende avontuur, of bekijk de kaart die uit deze reis is ontstaan.